LSD: EEN KORTE GESCHIEDENIS

Albert Hofmann
Bron van de afbeeldingen: De Albert Hofmann Stichting

Albert Hofmann, een scheikundige die voor Sandoz Farmaceutica werkte, produceerde tijdens zijn onderzoek naar een stimulerend middel voor in de bloedbaan in 1938 in Basel, Zwitserland, voor het eerst op kunstmatige wijze LSD. De hallucinogene uitwerking van LSD was echter onbekend tot 1943, toen Hoffman per ongeluk zelf wat LSD naar binnen kreeg. Later bleek dat een via de mond ingenomen dosis van slechts 25 microgram (wat in gewicht gelijk staat aan een paar korrels zout) in staat is om wilde hallucinaties te veroorzaken.

Timothy Leary, psycholoog aan de universiteit van Harvard, die LSD en andere hallucinerende psychiatrische drugs propageerde, werd gearresteerd en gevangen gezet voor aan drugs gerelateerde misdaden.
Bron van de afbeeldingen: DEA/Arrestatie van Tomothy Leary

Omdat het vergelijkbaar is met een chemische stof die in de hersenen aanwezig is en de uitwerking ervan vergelijkbaar is met bepaalde aspecten van psychose, werd LSD vanaf de jaren ’40, ’50 en ’60 door psychiaters in experimenten gebruikt. Hoewel wetenschappelijke onderzoekers er niet in geslaagd waren om enig medisch nut voor deze drug vast te stellen, werden de door Sandoz Farmaceutica voor de experimenten verstrekte gratis monsters overal verspreid, wat tot een wijdverbreid gebruik van LSD leidde.

In de jaren ’60 werd LSD populair gemaakt door personen als Timothy Leary die Amerikaanse studenten als volgt aanmoedigde: “turn on, tune in and drop out” (kom in de stemming, doe mee, en keer de samenleving de rug toe). Dit creëerde een complete cultuur van drugsgebruik en zorgde ervoor dat de drug van Amerika naar Engeland en de rest van Europa werd verspreid. Zelfs tegenwoordig is in Groot-Brittannië het gebruik van LSD nog aanzienlijk hoger dan in andere delen van de wereld.

Psychiatrische programma’s om mensen geestelijk onder controle te houden, waarbij men zich concentreerde op LSD en andere hallucinerende drugs, creëerden een generatie van “acidheads” (verslaafden).

Terwijl de drugsgebruikers van de jaren '60 LSD gebruikten om aan de problemen van de samenleving te ontsnappen, zagen westerse inlichtingendiensten (westerse intelligence community) en het leger deze drug als een potentieel chemisch wapen. Deze organisaties begonnen in 1951 een reeks experimenten. Organisaties in de VS bemerkten dat men met LSD "in staat is om hele groepen mensen, met inbegrip van de strijdkrachten, onverschillig te maken voor hun omgeving en de situatie waarin ze zich bevinden, waardoor het beoordelingsvermogen van iemand doorkruist wordt en zelfs ongerustheid, onbeheerste verwarring en doodsangst gecreëerd worden."

Experimenten voor het mogelijke gebruik van LSD om de persoonlijkheid te veranderen van mensen die het doelwit waren van geheime diensten – en om hele bevolkingsgroepen onder bedwang te houden – werden voortgezet totdat de Verenigde Staten de drug in 1967 officieel verbood.

Het gebruik van LSD nam gedurende de jaren ’80 af, maar begon in de jaren ’90 weer toe te nemen. Sinds 1998 wordt LSD op grotere schaal gebruikt in nachtclubs en bij feesten van tieners en jonge volwassenen. Rond het jaar 2000 nam het gebruik sterk af.

“Tijdens de dagen die op mijn LSD-gebruik volgden, was ik vervuld van angst en extreme depressie. Na mijn eerste LSD-‘trip’ ging ik het regelmatig gebruiken, soms wel vier of vijf keer per week. Iedere keer dat ik de drug gebruikte, dreef ik mentaal verder weg van de realiteit. Het uiteindelijke gevolg was dat het onmogelijk werd om mezelf in mijn eigen vel normaal te voelen.” – Andrea